Het voordeel van die pandemie

Het voordeel van die pandemie is dat zij vindingrijkheid stimuleert. Je moet toch wat, immers en zo beleef je nog eens iets anders. Toen in maart de uitstel- en afsteldomino begon, regende het al snel alternatieve race-ideeën. Lopers die een marathon om hun huis renden, op hun balkon of ‘gewoon’ op de loopband. De grote organisaties probeerden met virtuele wedstrijden om nog wat inkomsten te genereren en in beeld te blijven.

Snelle Jelle tegen ALS // 10-10-2020 // David Stegenga Fotografie

Salland Trail, Enschede Marathon, Eemmeerloop, RUN Winschoten, Dam tot Damloop, Amsterdam Marathon en uiteindelijk ook de Ronde Venenmarathon; ik was heel wat van plan dan. Natuurlijk, ik bleef wel lopen in maart, april, mei en juni. En toen eerst in mei en later in juni de corona-restricties wat werden verruimd, durfde ik zelfs te hopen op een najaarsmarathon. Genoeg om weer volop en gericht te gaan trainen. Inmiddels weten we dat die hoop ijdel was.

Waar ik er eerst weinig in zag om mee te doen aan een virtueel evenement, werd de behoefte om aan ‘iets georganiseerds’ mee te doen sterker. Me helemaal het leplazarus trainen voor zoiets of tijdens een virtueel evenement tot het uiterste te gaan, dat zag ik mezelf nog niet doen. Een ervaring delen met andere lopers? Graag.

Zo kwam eerst de Socialrun op mijn pad. Een loopfestijn waarbij we met ons team in een weekend half Nederland door holden. Ik schreef er hier: http://www.klaasboomsma.nl/sociaal-rennen-langs-s-heeren-wegen/ eerder over. Had ik daar ja tegen gezegd als ik een week of vier later tijdens de Amsterdam Marathon een marathon-pr had willen lopen? Misschien wel niet.

Loopvriend Jelle verloor op 10 oktober 2019 zijn vader Nico aan ALS. Om dat te gedenken én om geld op te halen voor de Stichting ALS Nederland tuigde hij de ‘Snelle Jelle Tegen ALS Run’ op. Verspreid door Nederland liepen honderd mensen hun run. Jelle had zelf een team samengesteld dat hem naar een pr op de 10 km kon hazen. Met vier man, of beter drie man en een vrouw, liepen we voor hem uit naar een tijd van 42:43. Missie volbracht. Wat een mooie ochtend was dat.

De dag erna was het NN Running Day, een dag waarop je virtueel mee kon doen aan één van de loopevenementen van Golazo Sports, vooral bekend van de Marathon Rotterdam. Samen met vriend Marc liep ik de 16,1 km van de Almere City Run, omdat… Omdat, waarom ook niet? Dit was toch ook wel een hele bijzondere. Marc en ik kwamen wat sport betreft jarenlang niet verder dan kijken naar Ajax. Met heel veel bier. En rokend. Nu liepen we op een zondagochtend door de Bretten alsof we virtueel door Almere renden. Nooit had ik kunnen denken dat ik dit leuk zou vinden, maar verdomd, we hebben genoten.

Zo werd het qua loopbeleving alsnog een najaar om met een glimlach op terug te kijken. Dat ik vurig hoop op een terugkeer van loopevenementen in 2021 laat zich desondanks raden. Moedig voorwaarts!

Sociaal rennen langs ’s Heeren wegen

We hadden 555 kilometer voor de boeg en die zouden we binnen drie dagen wegpoetsen. Met twaalf hardlopers, drie busjes en drie volgauto’s met chauffeurs, een masseur en een 5-koppig basisteam gingen we van Utrecht door Gelderland, Limburg, Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland om weer terug te komen in Utrecht. Wat een avontuur!

Team 1: Albert, Ahmet en Edgar (staand vlnr), ik en Shiva (gehurkt).

Ik heb het hier over de Socialrun. Deze monsterestafette vond plaats als onderdeel van de Inclusieweek. Deze week is in het leven geroepen om, ik citeer, ‘aandacht te vragen voor de positie van mensen met psychische kwetsbaarheden in de maatschappij’. Eigenlijk een tegenwicht bieden aan de vooroordelen over mensen met psychische problemen. Wat die vooroordelen zijn? Deze mensen zijn kansloos, kunnen weinig tot niks en willen dat misschien ook wel niet, ze zijn zielig en het ontbreekt ze aan wilskracht. Onzin natuurlijk, maar deze vooroordelen kunnen zo hardnekkig zijn dat de mensen die het aangaat ze overnemen. Dat ze erin gaan geloven en dat is verdrietig.

De initiatiefnemers (werkzaam in de GGZ) bedachten met de Socialrun een evenement om te laten zien dat hun cliënten wel degelijk iets konden presteren. Door mee te lopen of door op een andere manier bij te dragen aan de Socialrun. Het sponsorgeld dat met de run wordt opgehaald gaat naar projecten die bijdragen aan meer openheid over psychische kwetsbaarheid.

Terug naar de editie van 2020. Ons subteam bestond behalve mijzelf uit lopers Edgar, Shiva, Albert. Ahmet reed de bus en zijn broer Ali reed erachter in een auto. We startten in Utrecht op vrijdag om 10:30 uur. Steeds was er een loper op de weg met een fietser ernaast. Die loper legde per beurt 2 kilometer af. De fietser deed óf een hele etappe óf een halve; om de twee kilometer van fietser wisselen leek ons niet prettig. Zo legden we de etappes van dertig kilometer af. Aan het eind van die etappe nam het volgende subteam het over en reden wij per busje en auto naar het basiskamp.

Ons eerste basiskamp was op het terrein van de immense GGZ-instelling Reinier van Arkel in Vught. We hadden daar een complete sporthal tot onze beschikking om te slapen en te douchen. Het basisteam was al ruim voor ons aangekomen, zodat de lunch klaarstond toen we in Vught kwamen. Na Vught sliepen we nog in een Scouting-gebouw in Goes en onze laatste pleisterplaats was bij een begeleid wonen-project in Lekkerkerk.

Tussen het eindigen van de ene etappe en het begin van de volgende zat steeds zes uur. Best riant, maar in die tijd moesten we van het wisselpunt naar het basiskamp rijden, eten, douchen, slapen en weer naar het volgende wisselpunt rijden. En weer rennen en weer fietsen enzovoort. Na twee etappes werd me duidelijk dat niet zozeer het lopen uitdagend zou zijn, maar het ritme van het weekend. Kort of niet slapen, 57 kilometer rennen in blokjes van 2 kilometer en ruim vijftig uur in touw zijn. Pittig? Best wel, maar vooral leuk.

We liepen midden in de nacht, op het heetst van de dag, door dorpen en steden, over landweggetjes en deltawerken. We sliepen in een sporthal en een scoutinggebouw en soms een paar minuten in het busje. We spraken over koetjes en kalfjes, over lopen, over leven, over verslaving en andere psychische aandoeningen en vooral ook veel over herstel.

Ik was dit weekend omringd door GGZ-medewerkers en -cliënten, hardlopers en herstellend verslaafden en allerlei combinaties daarvan. Ik, die soms grote moeite kan hebben mij tot anderen te verhouden, voelde me volledig op mijn plek. Het was een prachtig avontuur en ik kan me haast niet voorstellen dat ik volgend jaar niet meedoe met de Socialrun.

Goggins Challenge

David Goggins probeerde in september 2012 het wereldrecord ‘most pullups in 24 hours’ te verbreken. Na 2588 pullups en 13,5 uur, waarvan de laatste paar extreem pijnlijk waren, moest hij stoppen vanwege een gescheurde spier in zijn rechterpols. Twee maanden later probeerde hij het weer. Hij trok zich 3207 keer op in 12 uur, maar moest weer stoppen vanwege een blessure. Weer twee maanden later verbrak hij het wereldrecord door in 17 uur 4030 pullups te doen.

Blok 8 in de boeken.

Deze gang van zaken typeert David Goggins, voormalig Navy SEAL, Army Ranger en onderdeel van de US Air Force Pararescue. Van de eerste twee special ops-onderdelen is redelijk bekend dat de opleiding afgrijselijk zwaar is en dat slechts weinigen slagen. Van die laatste wordt de opleiding ‘Superman School’ genoemd. Goggins doorliep ze allemaal. Hij liep, fietste en zwom een indrukwekkende reeks ultra-evenementen en won er een stuk of wat. Goggins spreekt in inspirational fitness-quotes en de kans is dan ook groot dat je daarvan wel eens iets voorbij hebt zien komen op social media. Die ga ik hier niet citeren, want ik ben veel meer onder de indruk van zijn daden dan van zijn woorden.

Nu ja, van die Goggins dus, stuitte ik op een challenge. Iets wat hij ieder jaar een keer doet. Dan gaat hij in 48 uur, iedere vier uur vier mijl hardlopen. Goggins schema begon om 20:00 uur, dan weer om 0:00 uur, om 04:00 uur, om 08:00 uur, 12:00 uur, 16:00 uur en zo door tot hij er 12 shifts van 4 mijl op had zitten. Dat komt neer op een dikke 77 kilometer in 48 uur.

Leuk, dacht ik toen ervan hoorde. Maar ja, om twee nachten achter elkaar om de vier uur op te staan om buiten 6,44 kilometer te gaan rennen… dat zou niet erg prettig zijn voor mijn vrouw en dochter. Maar! Die zouden net een weekend naar mijn schoonouders in Drenthe gaan. Ik bleef thuis om nog het nodige schrijfwerk te verrichten en tussen het werken door, kon ik dan mooi iedere vier uur een blokkie gaan hollen.

Met het wegvallen van al mijn races in het voorjaar, zomer en vermoedelijk najaar had ik zin om zoiets te doen. Tuurlijk, ik loop wel, meestal zo’n 60 of 70 kilometer per week, maar er staat niks op het spel. En ik merk dat ik dat af en toe nodig heb; een deadline. Die bood deze challenge me. Ik had 48 uur de tijd om die 48 mijl te lopen en dat moest gebeuren door om de vier uur dat stuk te lopen. Ook ’s nachts en ook als de koek volledig op zou zijn.

Daar ging ik. Op vrijdagochtend begon ik op het moment dat Alexandra en Daantje wegreden, om 11 uur. Dat eerste blok had ik mijn hartslagmeter nog om mijn borst, zodat ik mezelf kon beteugelen als de hartslag teveel opliep. De eerste kilometer haperde de hartslagmeter en dacht ik: wat maakt het ook uit, gewoon lekker lopen. In een race ga ik ook niet proberen mijn hartslag in zone D1 te houden, dus laat gaan. Ik liep om 11 uur, om 15 uur, om 19 uur, om 23 uur en om 3 uur.

Zo gingen de eerste vijf blokken eigenlijk iets sneller dan goed voor me was. Dat ontdekte ik de volgende ochtend zo rond de derde kilometer van blok zes, waaraan ik om 8 uur was begonnen (klopt, nu begon ik vijf uur na de start van blok 5). Inmiddels zat ik een mentale zone waarin het me ook niet lukte om echt te vertragen. Dus rommelde ik door op een tempo rond de 4:30 minuten per kilometer. ‘Dan ben je er ook sneller klaar mee en heb je meer tijd om te herstellen’, dacht ik waarschijnlijk. Blok 7 ging ook weer in dat tempo.

Tijdens blok 8 (16 uur) en 9 (20:00 uur) ging het tempo zelfs weer wat omhoog. Mijn benen voelden vermoeid en ook mentaal werd het pittig, maar mijn lijf leek een ritme gevonden te hebben. Makkelijker werd het desondanks niet. Ik begon te wachten op het piepje van mijn horloge dat me vertelde dat er weer een kilometer voorbij was. En dat duurde steeds verdacht lang. Ook dat laatste stuk van 400 meter en een beetje werd een steeds grotere opgave. Voortdurend op mijn horloge kijken of ik er al was en dan constateren dat ik net 50 meter had gelopen.

Opstaan voor blok 10 was dan ook geen feest. En dat is mild uitgedrukt. Ik was net even goed diep in slaap gevallen toen de wekker weer ging. Loodzware benen en dan in het donker naar buiten. “Wat zou beter zijn: gewoon 3,2 km kaarsrecht heen over het fietspad en 3,2 weer terug of toch liever een rondje? Het werd heen en weer. “Ik had beter een rondje kunnen doen”, dacht ik op de terugweg. Maar nadat ik het 6 km-piepje hoorde, vond ik het allemaal best. Volgende ronde zou de een-na-laatste zijn!

Ik dacht dat die notie, het ‘we zijn er bijna’-gevoel, me wel door de laatste twee blokjes zou slepen. Dat was niet zo. Slepen werd het. Benen van beton, leeg gevoel. Kilometers die maar niet voorbij gingen. Ik had bedacht dat ik twee rondjes in de buurt van mijn huis zou lopen. Ik had mezelf wijs gemaakt dat het idee van twee keer ‘een blokkie om’ goed zou werken. Had gekund, maar ik was inmiddels op het punt dat er nog maar weinig was dat verzachtend werkte. Niks eigenlijk.

Zondag om 7:45 uur stond ik op voor de laatste ronde. Maakt niet uit hoe lang ik erover doe, hield ik mezelf voor. Tot twee keer toe kwam ik dicht bij wandelen. Inmiddels was het ruim 14 uur geleden dat ik een volwaardige maaltijd had gegeten. Dat was om 17:30 de vorige dag geweest. Beginnersfout. Maar goed, nu was ik er wel echt bijna. Nog een keer de Admiraal de Ruijterweg af, toch nog een keer iets versnellen en klaar. Challenge done.

Slechts 6,4 kilometer hardlopen en steeds 3,5 uur om daarvan te herstellen? Dat is toch heel goed te doen? Dat het best pittig zou zijn, had ik wel verwacht, maar dat gekke ritme viel me een stuk zwaarder dan ik had kunnen bevroeden. Steeds net niet lang genoeg slapen, net niet genoeg herstellen. Dan zijn die twaalf runs veel en zijn die 48 uur al met al erg lang. Heel pittig. Ik had het een stuk makkelijker gevonden om in 48 uur twee keer 38 kilometer te lopen, geloof ik.

Missie geslaagd dus! Het was echt de uitdaging geworden die ik zocht. Een goede uitdaging ontvouwt zich immers altijd anders dan dat je had voorgesteld. Verder 77 kilometer in 48 uur afgevinkt en behalve vermoeidheid en de nodige stijfheid volledig ongeschonden uit de strijd gekomen. Awesome!

Lopen tegen de gekte

Het zou eigenlijk niet moeten uitmaken, wel of geen wedstrijden. Ik loop toch omdat ik zo van lopen hou? Schreef ik niet al eerder dat die wedstrijden slechts de haltes zijn en dat het gaat om de reis, het hardlopen zelf? Zeker, dat schreef en geloof ik. Maar toch had ik op donderdag 12 maart het gevoel dat de grond onder mijn voeten verdween.

Tijdens de Lentemarathon in Amstelveen 2017.

Die donderdagochtend geloofde ik echt nog dat ik twee dagen later de Salland Trail zou lopen. Echt. Pas donderdagavond kwam de mail met de officiële afgelasting. De annulering van de Enschede Marathon, die ik op 19 april zou lopen, liet nog iets langer op zich wachten en stiekem dacht ik nog dat het misschien mee zou vallen en dat we vanaf april gewoon weer verder konden met alles. De realiteit is als een zwaar beladen goederentrein onze levens binnen gedenderd.

Overal was van alles aan de hand en tegelijkertijd was er leegte. Geen relevant schema waaraan ik me kon vasthouden, niet elk loopje een vooraf vastgesteld doel. Ik had zelfs drie dagen lang geen zin om te lopen en wie mij een heel klein beetje kent, weet dat er dan iets mis is. Dan drijf ik af naar het donker.

“Ga nou maar gewoon. Je weet dat je je altijd beter voelt als je hebt gelopen”, zei Alexandra. Die woorden had ik even nodig. En natuurlijk was dat ook zo. Dus ik loop weer volop. Waar ik eerst de comfortabele dwang van doel en schema miste, omarm ik nu het improviseren. Veel rustige kilometers, intervalletje of tempoblokken als dat goed voelt.

De uitdaging dezer dagen is het ontwijken van de ander. De eerste dagen liep ik nog wel eens door het Westerpark, maar dat voelt niet meer goed. Er zijn teveel mensen en aan die massa wil ik niet bijdragen. Dus ik loop om het park heen. Over een bedrijventerrein, door het havengebied en door mijn geliefde Bretten; plekken waar ik of nauwelijks iemand tegenkom of waar het ruimtelijk genoeg is om met een boogje om andere rustzoekers heen te hollen.

Naast de financiële klappen, de onzekerheid en een vleugje vrees, voel ik ook veel dankbaarheid in deze dagen. Ik ben blij dat we gezond zijn, dat we het prima redden in ons kleine huisje. Blij dat ik aan de rand van de stad woon en zo uit de drukte ben. En ik ben zo ontzettend dankbaar dat ik het lopen heb, mijn medicijn tegen de waanzin.

Moedig voorwaarts, lieve mensen!

Marathon

Hoe het hoofd steeds verlangt naar waar het net nog bang voor was.
In de laatste fase van de beproeving die de marathon is,
smeekt alles in een loperslijf om het staken van de strijd.
‘Waarom rennen we nog?’, vraagt het hoofd zich af.
Spieren verkrampen uit protest.
Maag en darmen gegeseld met mierzoet sportvoer.

lg-hzkzq_wn2w5893ffadurmwg6tqxhj132xyxapqzeh5g25nruutk0ykt_aq5y2bg_nmg2vqpb71rebnvbkpuqpskn9dwfozybtfaxglmwrmaqxllcfmcdlj1w3teczaxc4pbn1xv6lh6bvlfhrcs4pah20u-twlbgxf6rtcq8e_n2xwgkoqs28kx-1.jpg

Waar bij kilometer 37 de finish utopie lijkt,
wordt die bij 41 ineens realiteit.
Niets is meer wat het net nog was.
Vertraging wordt versnelling.
Nog één iemand voorblijven of inhalen.
Met de handen naar de hemel de klok stoppen.

Verblijd, verbaasd, verdwaasd.
Marathongrond verdwijnt onder je voeten.
Voeten moeten zoeken naar een nieuw pad.
De medaille om je nek zet je terug op aarde.

Even is er niets meer.

Volgt de voldoening, het zoete, het niets meer moeten.
Gloeiend van van alles maak je de ereronde die de terugreis is.
Weer zo’n beest aan de zegekar gebonden.
Voor nu is het marathonmonster overwonnen, maar nooit is hij getemd.
En daarom daagt na soms maar een dag onvermijdelijk een nieuwe jacht.
Als een hijgend hert de jacht ontkomen, terug het bos in naar de dreiging.
Het gevaar dat het ontsnappen zo onweerstaanbaar maakt.