Goggins Challenge

David Goggins probeerde in september 2012 het wereldrecord ‘most pullups in 24 hours’ te verbreken. Na 2588 pullups en 13,5 uur, waarvan de laatste paar extreem pijnlijk waren, moest hij stoppen vanwege een gescheurde spier in zijn rechterpols. Twee maanden later probeerde hij het weer. Hij trok zich 3207 keer op in 12 uur, maar moest weer stoppen vanwege een blessure. Weer twee maanden later verbrak hij het wereldrecord door in 17 uur 4030 pullups te doen.

Blok 8 in de boeken.

Deze gang van zaken typeert David Goggins, voormalig Navy SEAL, Army Ranger en onderdeel van de US Air Force Pararescue. Van de eerste twee special ops-onderdelen is redelijk bekend dat de opleiding afgrijselijk zwaar is en dat slechts weinigen slagen. Van die laatste wordt de opleiding ‘Superman School’ genoemd. Goggins doorliep ze allemaal. Hij liep, fietste en zwom een indrukwekkende reeks ultra-evenementen en won er een stuk of wat. Goggins spreekt in inspirational fitness-quotes en de kans is dan ook groot dat je daarvan wel eens iets voorbij hebt zien komen op social media. Die ga ik hier niet citeren, want ik ben veel meer onder de indruk van zijn daden dan van zijn woorden.

Nu ja, van die Goggins dus, stuitte ik op een challenge. Iets wat hij ieder jaar een keer doet. Dan gaat hij in 48 uur, iedere vier uur vier mijl hardlopen. Goggins schema begon om 20:00 uur, dan weer om 0:00 uur, om 04:00 uur, om 08:00 uur, 12:00 uur, 16:00 uur en zo door tot hij er 12 shifts van 4 mijl op had zitten. Dat komt neer op een dikke 77 kilometer in 48 uur.

Leuk, dacht ik toen ervan hoorde. Maar ja, om twee nachten achter elkaar om de vier uur op te staan om buiten 6,44 kilometer te gaan rennen… dat zou niet erg prettig zijn voor mijn vrouw en dochter. Maar! Die zouden net een weekend naar mijn schoonouders in Drenthe gaan. Ik bleef thuis om nog het nodige schrijfwerk te verrichten en tussen het werken door, kon ik dan mooi iedere vier uur een blokkie gaan hollen.

Met het wegvallen van al mijn races in het voorjaar, zomer en vermoedelijk najaar had ik zin om zoiets te doen. Tuurlijk, ik loop wel, meestal zo’n 60 of 70 kilometer per week, maar er staat niks op het spel. En ik merk dat ik dat af en toe nodig heb; een deadline. Die bood deze challenge me. Ik had 48 uur de tijd om die 48 mijl te lopen en dat moest gebeuren door om de vier uur dat stuk te lopen. Ook ’s nachts en ook als de koek volledig op zou zijn.

Daar ging ik. Op vrijdagochtend begon ik op het moment dat Alexandra en Daantje wegreden, om 11 uur. Dat eerste blok had ik mijn hartslagmeter nog om mijn borst, zodat ik mezelf kon beteugelen als de hartslag teveel opliep. De eerste kilometer haperde de hartslagmeter en dacht ik: wat maakt het ook uit, gewoon lekker lopen. In een race ga ik ook niet proberen mijn hartslag in zone D1 te houden, dus laat gaan. Ik liep om 11 uur, om 15 uur, om 19 uur, om 23 uur en om 3 uur.

Zo gingen de eerste vijf blokken eigenlijk iets sneller dan goed voor me was. Dat ontdekte ik de volgende ochtend zo rond de derde kilometer van blok zes, waaraan ik om 8 uur was begonnen (klopt, nu begon ik vijf uur na de start van blok 5). Inmiddels zat ik een mentale zone waarin het me ook niet lukte om echt te vertragen. Dus rommelde ik door op een tempo rond de 4:30 minuten per kilometer. ‘Dan ben je er ook sneller klaar mee en heb je meer tijd om te herstellen’, dacht ik waarschijnlijk. Blok 7 ging ook weer in dat tempo.

Tijdens blok 8 (16 uur) en 9 (20:00 uur) ging het tempo zelfs weer wat omhoog. Mijn benen voelden vermoeid en ook mentaal werd het pittig, maar mijn lijf leek een ritme gevonden te hebben. Makkelijker werd het desondanks niet. Ik begon te wachten op het piepje van mijn horloge dat me vertelde dat er weer een kilometer voorbij was. En dat duurde steeds verdacht lang. Ook dat laatste stuk van 400 meter en een beetje werd een steeds grotere opgave. Voortdurend op mijn horloge kijken of ik er al was en dan constateren dat ik net 50 meter had gelopen.

Opstaan voor blok 10 was dan ook geen feest. En dat is mild uitgedrukt. Ik was net even goed diep in slaap gevallen toen de wekker weer ging. Loodzware benen en dan in het donker naar buiten. “Wat zou beter zijn: gewoon 3,2 km kaarsrecht heen over het fietspad en 3,2 weer terug of toch liever een rondje? Het werd heen en weer. “Ik had beter een rondje kunnen doen”, dacht ik op de terugweg. Maar nadat ik het 6 km-piepje hoorde, vond ik het allemaal best. Volgende ronde zou de een-na-laatste zijn!

Ik dacht dat die notie, het ‘we zijn er bijna’-gevoel, me wel door de laatste twee blokjes zou slepen. Dat was niet zo. Slepen werd het. Benen van beton, leeg gevoel. Kilometers die maar niet voorbij gingen. Ik had bedacht dat ik twee rondjes in de buurt van mijn huis zou lopen. Ik had mezelf wijs gemaakt dat het idee van twee keer ‘een blokkie om’ goed zou werken. Had gekund, maar ik was inmiddels op het punt dat er nog maar weinig was dat verzachtend werkte. Niks eigenlijk.

Zondag om 7:45 uur stond ik op voor de laatste ronde. Maakt niet uit hoe lang ik erover doe, hield ik mezelf voor. Tot twee keer toe kwam ik dicht bij wandelen. Inmiddels was het ruim 14 uur geleden dat ik een volwaardige maaltijd had gegeten. Dat was om 17:30 de vorige dag geweest. Beginnersfout. Maar goed, nu was ik er wel echt bijna. Nog een keer de Admiraal de Ruijterweg af, toch nog een keer iets versnellen en klaar. Challenge done.

Slechts 6,4 kilometer hardlopen en steeds 3,5 uur om daarvan te herstellen? Dat is toch heel goed te doen? Dat het best pittig zou zijn, had ik wel verwacht, maar dat gekke ritme viel me een stuk zwaarder dan ik had kunnen bevroeden. Steeds net niet lang genoeg slapen, net niet genoeg herstellen. Dan zijn die twaalf runs veel en zijn die 48 uur al met al erg lang. Heel pittig. Ik had het een stuk makkelijker gevonden om in 48 uur twee keer 38 kilometer te lopen, geloof ik.

Missie geslaagd dus! Het was echt de uitdaging geworden die ik zocht. Een goede uitdaging ontvouwt zich immers altijd anders dan dat je had voorgesteld. Verder 77 kilometer in 48 uur afgevinkt en behalve vermoeidheid en de nodige stijfheid volledig ongeschonden uit de strijd gekomen. Awesome!

Lopen tegen de gekte

Het zou eigenlijk niet moeten uitmaken, wel of geen wedstrijden. Ik loop toch omdat ik zo van lopen hou? Schreef ik niet al eerder dat die wedstrijden slechts de haltes zijn en dat het gaat om de reis, het hardlopen zelf? Zeker, dat schreef en geloof ik. Maar toch had ik op donderdag 12 maart het gevoel dat de grond onder mijn voeten verdween.

Tijdens de Lentemarathon in Amstelveen 2017.

Die donderdagochtend geloofde ik echt nog dat ik twee dagen later de Salland Trail zou lopen. Echt. Pas donderdagavond kwam de mail met de officiële afgelasting. De annulering van de Enschede Marathon, die ik op 19 april zou lopen, liet nog iets langer op zich wachten en stiekem dacht ik nog dat het misschien mee zou vallen en dat we vanaf april gewoon weer verder konden met alles. De realiteit is als een zwaar beladen goederentrein onze levens binnen gedenderd.

Overal was van alles aan de hand en tegelijkertijd was er leegte. Geen relevant schema waaraan ik me kon vasthouden, niet elk loopje een vooraf vastgesteld doel. Ik had zelfs drie dagen lang geen zin om te lopen en wie mij een heel klein beetje kent, weet dat er dan iets mis is. Dan drijf ik af naar het donker.

“Ga nou maar gewoon. Je weet dat je je altijd beter voelt als je hebt gelopen”, zei Alexandra. Die woorden had ik even nodig. En natuurlijk was dat ook zo. Dus ik loop weer volop. Waar ik eerst de comfortabele dwang van doel en schema miste, omarm ik nu het improviseren. Veel rustige kilometers, intervalletje of tempoblokken als dat goed voelt.

De uitdaging dezer dagen is het ontwijken van de ander. De eerste dagen liep ik nog wel eens door het Westerpark, maar dat voelt niet meer goed. Er zijn teveel mensen en aan die massa wil ik niet bijdragen. Dus ik loop om het park heen. Over een bedrijventerrein, door het havengebied en door mijn geliefde Bretten; plekken waar ik of nauwelijks iemand tegenkom of waar het ruimtelijk genoeg is om met een boogje om andere rustzoekers heen te hollen.

Naast de financiële klappen, de onzekerheid en een vleugje vrees, voel ik ook veel dankbaarheid in deze dagen. Ik ben blij dat we gezond zijn, dat we het prima redden in ons kleine huisje. Blij dat ik aan de rand van de stad woon en zo uit de drukte ben. En ik ben zo ontzettend dankbaar dat ik het lopen heb, mijn medicijn tegen de waanzin.

Moedig voorwaarts, lieve mensen!

Marathon

Hoe het hoofd steeds verlangt naar waar het net nog bang voor was.
In de laatste fase van de beproeving die de marathon is,
smeekt alles in een loperslijf om het staken van de strijd.
‘Waarom rennen we nog?’, vraagt het hoofd zich af.
Spieren verkrampen uit protest.
Maag en darmen gegeseld met mierzoet sportvoer.

lg-hzkzq_wn2w5893ffadurmwg6tqxhj132xyxapqzeh5g25nruutk0ykt_aq5y2bg_nmg2vqpb71rebnvbkpuqpskn9dwfozybtfaxglmwrmaqxllcfmcdlj1w3teczaxc4pbn1xv6lh6bvlfhrcs4pah20u-twlbgxf6rtcq8e_n2xwgkoqs28kx-1.jpg

Waar bij kilometer 37 de finish utopie lijkt,
wordt die bij 41 ineens realiteit.
Niets is meer wat het net nog was.
Vertraging wordt versnelling.
Nog één iemand voorblijven of inhalen.
Met de handen naar de hemel de klok stoppen.

Verblijd, verbaasd, verdwaasd.
Marathongrond verdwijnt onder je voeten.
Voeten moeten zoeken naar een nieuw pad.
De medaille om je nek zet je terug op aarde.

Even is er niets meer.

Volgt de voldoening, het zoete, het niets meer moeten.
Gloeiend van van alles maak je de ereronde die de terugreis is.
Weer zo’n beest aan de zegekar gebonden.
Voor nu is het marathonmonster overwonnen, maar nooit is hij getemd.
En daarom daagt na soms maar een dag onvermijdelijk een nieuwe jacht.
Als een hijgend hert de jacht ontkomen, terug het bos in naar de dreiging.
Het gevaar dat het ontsnappen zo onweerstaanbaar maakt.